Titel: "Afgrond" Auteur: Kirsten Kerkhof * kirsten_xf@yahoo.com Categorie: Mulder/Scully UST (Unresolved Sexual Tension) Rating: PG-13 in Amerika, <12> in Nederland Spoilers: Geen Classificatie: Vignette, Angst Samenvatting: Scully probeert Mulder terug te halen uit een donkere plaats Nota Bene: Niet van mij (helaas). Mulder en Scully zijn het trotse eigendom van Chris Carter, 1013 Productions en Fox. Ik krijg geen geld voor dit verhaal. XxXxX Afdeling Moordzaken Fulton, Nebraska 21.24 u. Deze zaak wordt zijn ondergang. Ik zie het in de diepe groeven die zijn ooit zo gladde voorhoofd doorbreken. In de grijze en dode kleur van zijn ooit glanzende huid. In de manier waarop zijn schouders zijn opgetrokken, verslagen en toegevend aan het noodlot dat hij over zichzelf heeft afgeroepen. En vooral zie ik het in de gekwelde blik die uit zijn bruine ogen spreekt. Ogen die verhalen van afgrijselijke dingen, van de onzinnige, onmenselijke slachting die hij gedwongen is aan te zien terwijl hij de foto's bekijkt die op de plaats van het misdrijf zijn genomen. Ik ben hem kwijt. Ik heb hem in geen dagen kunnen bereiken. Hij is verloren in de geest van een krankzinnige, vrijwillig kopje onder gegaan in de vuile wereld van een moordenaar. Wanhoop voedt zijn afdaling terwijl hij zoekt naar die ene aanwijzing die de politie de identiteit van de moordenaar zal geven. De aanwijzing die zo hard nodig is om de slachting die hier heeft plaatsgevonden te kunnen stoppen. Het is altijd een zware tol die je moet betalen om in de geest van een monster te kruipen. En Mulder komt er nooit uit zonder veranderd te zijn. Er is minder van hemzelf over. Het is alsof hij een deel van zichzelf heeft moeten betalen om er levend en mentaal gezond uit te mogen komen. De prijs die hij betaalt aan het kwaad waarmee hij zo bekend is. En in deze zaak ben ik bang dat deze prijs te hoog is. Dat het afgesproken bedrag iets is dat hij zich niet kan veroorloven. Dat hij uiteindelijk niet uit de klauwen van het kwaad en de krankzinnigheid zal kunnen ontsnappen en dat het hem alles zal kosten dat hij is. Alles dat hij kan geven. En ik ben hulpeloos ... Ik weet niet meer hoe ik hem kan bereiken. Ik ben niet meer in staat om hem terug te krijgen, terug te houden in zijn koers die hem regelrecht de afgrond in leidt. Ik ben ook bang. Bang om erachter te komen wat ik zal vinden als ik toch zou slagen. Verlamd van angst over wat er zal gebeuren als ik het niet kan. Hij heeft zichzelf opgesloten in een nachtmerrie die hij zelf heeft gecreëerd. Hij heeft zichzelf afgesloten van degenen die hem zouden kunnen helpen overleven. Om hen te beschermen heeft hij zich vrijwillig geofferd op het altaar van de maniak die we zoeken. Dat hij besloten heeft ook mij buiten te sluiten is reden genoeg om verontrust te zijn. In de afgelopen vijf jaar ben ik me er maar al te goed van bewust geworden hoe deze zaken de littekens van hun klauwen in hem achterlaten. Hij weet dit en het getuigt van het vertrouwen dat we in elkaar hebben dat hij het toestaat dat ik bij hem blijf. Normaal gesproken ben ik het contact met de echte wereld voor hem. Ik ben zijn vangnet voor het geval dat hij zal struikelen en vallen terwijl hij over het dunne koord loopt. Dat hij heeft besloten om zonder vangnet over het koord te lopen maakt me bang. Om eerlijk te zijn ... ik wordt knettergek van angst hier. Een lange zucht ontsnapt mijn lippen, het onderbreekt de stilte in het kleine kantoortje dat we delen. Ik masseer mijn slapen om de spanning die zich daar opbouwt te laten verdwijnen, maar het helpt niet. Zijn gedrag dwingt me om mijn eigen keuzes te maken. Keuzes waar ik me niet goed bij voel. Keuzes die bepaald worden door mijn loyaliteit aan hem en aan onze vriendschap. Keuzes die, als ze bekend worden, mij mijn baan zouden kunnen kosten. Het is deel geworden van mijn dagelijks werk om in de bres te springen voor mijn dolende partner. Het zijn de kleine lettertjes eigenlijk. Ik ben de tel kwijt geraakt van het aantal keren dat ik heb gedaan alsof ik wist waar hij was, terwijl ik in feite geen flauw idee had. Dus hem beschermen is de afgelopen week niet moeilijk geweest. Relatief gezien dan. Dat wel. Gelukkig bereikte Mulders reputatie dit stadje zo'n twee dagen voordat wij arriveerden. Soms werkt dat in ons voordeel, zo ook nu. De detectives die met deze zaak belast waren waren nogal meewarig, waarschijnlijk dachten ze dat Mulder ze een loer zou draaien als ze in de buurt durfden te komen. Het was zodoende dus relatief eenvoudig om mijzelf als Mulders aide-de-camp aan te wijzen, om de besprekingen te leiden en namens hem rapporten te verstrekken. Dit doet mijn geweten niks. Per slot van rekening is het de waarheid dat er niets nieuws is. Ik ben niet aan het liegen, ze hoeven alleen niet te weten hoe diep Mulder al de afgrond in is gegaan. En het is mijn bedoeling om dat ook zo te houden. Ik heb echter heel wat meer moeite met de neprapporten die ik naar Washington stuur. Nogmaals, ik lieg niet, ik ben alleen wat selectief met de waarheid. Voor zover zij het weten is het Mulder die ze indient. Hij leidt de zaak en is volledig compos mentis. Het is tenslotte toch zijn handtekening onderaan elk rapport met de mijne als tweede handtekening? Ik heb mij al lang geleden de kunst van Mulders krabbel meester gemaakt. Het was een noodzakelijk overlevingsmechanisme, geboren uit de noodzaak om zaken te kunnen sluiten als hij me weer eens in de steek liet. Natuurlijk moest hij deze keer zichzelf overtreffen. Want Fox Mulder heeft het voor elkaar gekregen om me in de steek te laten terwijl we in dezelfde kamer zitten. Als ze eens wisten wat er echt aan de hand was ... het zou de laatste nagel aan onze doodskist zijn, de doodskist die zij al jaren aan het bouwen zijn. De frustratie in mij bereikt nieuwe hoogten en ik lucht mijn woede op een stapeltje verdachtenverklaringen die netjes op mijn bureau liggen. Met een zwaai van mijn hand verspreiden ze zich over mijn bureau en landen dan met een zachte plof op het tapijt. Mijn goede ik wil zich verontschuldigen en de verklaringen oprapen en ze weer opstapelen, maar het kan me niet schelen. Wat is het verschil tenslotte? Ik ben de enige in deze kamer die zal weten dat Mulders verdachten over de vloer verspreid liggen. Mulder zelf heeft het niet in de gaten. De wereld zou stil kunnen gaan staan en ons regelrecht naar de dood kunnen sturen en hij zou het nog geen blik waardig gunnen. Hij zit zover in de waarheid van iemand anders, in de nachtmerries van iemand anders dat alleen zijn lichaam in deze kamer is. Zijn geest is al tijden weg en ik moet hem terugvinden. Ik haat die anonieme mannen in de VCS die hem dit aandoen. Hoe konden ze erop staan dat hij deze zaken zou nemen terwijl ze weten hoe hij erop reageert? Ik heb Mulders file gezien. Ik weet wat jaren van bloedhond voor de BSU zijn met hem hebben gedaan. Er is nooit iemand geweest die dichter bij een volledige zenuwinzinking is gekomen als hij. Hij zat vier maanden thuis vanwege lichamelijke en geestelijke uitputting. Toen is hij de X-Files gaan bekijken. Toen is zijn geest zonder dat hij het eigenlijk wist de uitweg gaan zoeken die hij zo ontzettend nodig had. Waarom dan verlangen ze nog steeds van hem dat hij dit doet? Is het een sadistische manier om hem te treiteren omdat hij verkoos bij hen weg te gaan? Is het eigenlijk wel vreemd dat hij wegging als het enige dat hij iedere dag kon verwachten op het werk was dat hij nogmaals een blik moest werpen in de geest van een of andere afgetakelde psychopaat? Wat voor een soort routine wordt dat? Ik ben bang dat ze hem willen breken. Dat ze deze beproefde methode gebruiken om hem op de knieën te dwingen. Om zijn gekwelde psyche over de rand van de waanzin te krijgen en op de rotsen eronder te pletter te laten slaan. Dat is nog een reden waarom ik hem terug moet krijgen. Ik ben zo bang dat dit zal gebeuren ... met deze zaak zouden ze eindelijk echt kunnen slagen ... En dan verlies ik hem voorgoed ... Een geluidje verraadt dat Mulder opgestaan is. Ik hoef niet eens te kijken om te weten wat hij doet. Hij is de foto's aan het betasten. Hij probeert de omstandigheden en de omgeving op te slaan in zijn magnifieke geheugen. En hoopt zo dat ene detail los te kunnen krijgen dat hem nog te vlug af is. Zijn gedrag is een instinct en hij heeft het denk ik niet eens in de gaten. Ik wel daarentegen en het laat maar al te goed zien hoe erg mijn partner er aan toe is. De angst die een paar dagen geleden huisvesting vond in mijn maag grijpt de mogelijkheid om me nog steviger vast te pakken. Hij begint in de kamer op en neer te lopen. Dat is nog zo'n gewoonte die hij de afgelopen dagen heeft ontwikkeld. Twaalf passen ... draai ... twaalf passen terug ... draai. En al die tijd gaat zijn hand door zijn haar terwijl hij heen en weer loopt. De stank van dagenoud zweet hangt in de lucht. Hij heeft in geen vier dagen schone kleren aangetrokken. Hij heeft niet gedoucht of zich geschoren. En eten? Eten is een overbodig iets geworden voor Mulders maag. Hij lijkt te leven op koffie en hij wordt steeds magerder. Het ritueel is iedere dag hetzelfde. Voordat ik me terugtrek in de relatieve luxe van mijn motel kamer, vraag ik Mulder om alsjeblieft met me mee te gaan, maar mijn woorden worden niet gehoord. Ik denk niet dat hij het zelfs in de gaten heeft wanneer ik uiteindelijk besluit op te geven en maar te gaan. Ik wil hem niet achterlaten ... Ik zou het liefst blijven, maar we kunnen niet allebei zonder slaap. En ik verlaat hem met angst en verdriet in mijn hart. Ik ben steeds weer bang dat hij voorgoed weg zal glippen terwijl ik er niet ben. En elke keer kom ik 's morgens in het kantoor en vind hem in een onrustige sluimer op het bureau, zijn hoofd op zijn armen, zijn gezicht onrustig zelfs in de ontspanning van slaap. En dan breekt mijn hart opnieuw. Het is slechts een kwestie van tijd voordat zijn lichaam het op gaat geven. Voordat dagen zonder eten en slaap hem tot een complete uitputting zullen brengen. De uitputting zal uiteindelijk winnen ... dat doet het altijd. Het is de ultieme verdediging van het lichaam. Mulder leeft op geleende tijd en als die tijd op is zal ik niets meer voor hem kunnen doen. Onze ergste nachtmerries zullen werkelijkheid worden en de FBI zal datgene hebben wat ze het liefste willen. De perfecte reden om ons dicht te gooien. Ik spring op van mijn stoel en begin met hem mee te lopen, mijn passen net zo groot als die van hem. Uit mijn ooghoek zie ik dat zijn hand nu op zijn kin ligt, zijn duim op zijn onderlip. "Mulder." Ik blijf in de pas met hem en draai vrijwel tegelijkertijd. Mulder blijft denken en lopen, hij heeft mijn aanwezigheid absoluut niet in de gaten. "Mulder, ik ben het." Ik trek aan de mouw van zijn overhemd en hij stopt. Zijn ogen draaien zich langzaam naar mij en kijken me aan. Zo succesvol ben ik de hele week nog niet geweest. "Mulder?" Zijn ogen laten een flits van herkenning zien, maar het is uitgedoofd voordat hij me echt herkent. Hij duwt me aan de kant en loopt door. Na de draai komt hij terug en ik ga voor hem staan. Hij lijkt oprecht verrast en verontwaardigd wanneer hij doorkrijgt dat hij niet verder kan. "Kun je me horen? Ik ben het, Mulder. Ik ben het. Scully." Ik leg mijn hand zachtjes op zijn arm en knijp voorzichtig. Zijn ogen kijken me aan terwijl zijn hersenen eindelijk iets anders registreren dat de myriade van gedachten die in zijn hoofd rond zijn gegaan. "Scully?" Hij draait zijn hoofd iets alsof hij de informatie moet verwerken. Zijn ogen verliezen hun glazige blik en ik weet dat in elk geval de komende paar seconden ik zijn aandacht heb. "Het wordt laat. Ik geloof dat je beter met me mee naar het motel kunt gaan." "Nee!" Zijn toon is verontwaardigd. "Ik denk dat ik het heb. Ik moet hier blijven en me concentreren." "Mulder, kom mee naar het motel. Alsjeblieft. Je kunt wat eten en slapen." "Ik kan het niet, Scully. Ga maar vast zonder mij. Ik zit hier goed." Hij probeert me weer voorbij te lopen, maar ik grijp zijn arm. "Welke dag is het?" vraag ik. Hij lijkt wat verbaasd en een glimlachje speelt met zijn mondhoeken. "Dinsdag." "Fout, het is zaterdag. Je bent hier nu al vier dagen en je hebt geen fatsoenlijke maaltijd gehad. Je hebt in al die tijd geen seconde fatsoenlijk geslapen. Je moet hier weg. Je moet rusten, Mulder." Ik pak hem bij zijn schouders. "Bovendien heb je een douchebeurt nodig. Je begint hier goed te stinken." Zijn glimlach wordt wijder. "Ik ruik nogal, hè?" vraagt hij. "Inderdaad, partner," antwoord ik en trek mijn neus op voor het effect. "De buren beginnen te klagen." Zijn glimlach straalt even voordat zijn ijzeren wil het weer onderdrukt. "Ik kan niet weg. Ik ben er bijna. Daarna rust ik wel." God! En hij denkt dat ik de koppige van ons twee ben. "Verdomme! Mulder, je stort zowat in! Wat moet ik doen om jou te laten rusten? Je bent uitgeput en je hersenen zweven al dagen als een jojo tussen het verstand en de waanzin." "Nog even ..." "Nee!" Mijn stem is luider dan ik van plan was, bewijs van hoe bang en uitgeput ik zelf ben. Een deel van mij is blij dat mijn partner terug is, maar de dokter in mij is bang dat dit niet zal duren. Hoe lang ik zal moeten proberen hem over te halen om te rusten. En dan realiseer ik me in een pijnlijk moment van helderheid dat ik mijn laatste troef zal moeten uitspelen. De troef die ik nooit heb willen gebruiken. "Als je weigert om te rusten dan heb ik geen andere keuze dan Skinner te bellen en hem te vragen jou van de zaak te ontheffen." God, ik haat dit. Ik haat het dat ik hem dit moet aandoen, maar ik moet hem zien te bereiken. "Alleen de VCS heeft hier wat aan. Skinner heeft je hier zo vanaf." Ik knip met mijn vingers ter verduidelijking. "Je hebt het recht niet om ..." begint hij, zijn stem hard. "Dat recht heb ik wel degelijk. Ik ben je partner en jouw welzijn is mijn verantwoordelijkheid. Deze zaak is te zwaar voor je, zie je dat dan niet? Zie je dan niet wat het met je doet?" "Ik weet wat het met me doet." Zijn stem is zonder emotie en zijn blik is ijzig. "Maar ik kan niet meer terug. Nu niet." "Bedoel je niet nooit niet?" vraag ik. "Waar ben je bang voor? Waarom ben je zo bang om ze te zeggen dat ze kunnen stikken in hun zaken?" "Ik heb hier geen keuze in, Scully," bijt hij me toe. "Vooral jij zou dat moeten weten." "Dat heb je wel," zeg ik zachtjes. "Skinner vroeg of je deze zaak op je wilde nemen. Hij heeft je er niet toe verplicht. Hij gaf je de mogelijkheid nee te zeggen. Je kon nee hebben gezegd." "Fout. Ik kon geen nee zeggen. Ik kan nooit nee zeggen." Hij haalt zijn hand door zijn haar en zucht. "Dat is precies wat ze van me willen horen. Als ik nee zeg tegen een zaak hebben zij een reden om ons dicht te gooien." Zijn glimlach is verdrietig. "Je kunt jezelf dit niet blijven aandoen." Mijn handen glijden over zijn onderarmen en dan pak ik zijn handen vast. "Je kunt jezelf niet aan deze zaken blijven geven. Zie je dan niet dat ze je ondergang worden?" Ik bijt op mijn lip en schud mijn hoofd. "Jezus, Mulder, je was zo ver heen dat het leek alsof ik met een zombie werkte." "Ik ben okay," mompelt hij. "Dat is onzin en dat weet je!" Mijn stem is harder dan ik gepland had en Mulders kijkt me scherp aan. "Oh ja? Nou, jij moet dat inderdaad ook wel weten." Zijn ogen knijpen samen en kijken me scherp aan. "Als we kijken naar al die keren dat jij me hebt proberen af te schepen met precies diezelfde woorden." Zijn woorden doen pijn, maar ik weet dat dit niet om mij persoonlijk gaat. Het is een verdedigingsmechanisme van hem en ik weet hoe ik daar mee om moet gaan. "Dit heeft helemaal niets met mij te maken, Mulder. Waar het wel wat mee te maken heeft is de toestand van jouw lichaam en jouw geest." Ik probeer zo goed als ik kan de angst en de verontrusting uit mijn stem te houden. "Als dokter kan ik je vertellen dat je op de rand van een inzinking staat. Een complete en totale uitputting." "Ik denk niet dat iemand het door zou hebben," antwoordt hij koud. Dan worden zijn ogen zacht. "Ik ben er bijna, Scully. Je kunt me niet van deze zaak afhalen als ik zo dichtbij ben." "Waar jij dichtbij bent is het moment dat je niet meer terug kunt. The point of no return," zeg ik zachtjes. Ik wist dat zijn koppigheid dit moeilijk zou gaan maken. Ik wist dat hij zou tegenstribbelen. Ik wist dat ik dit hard tegen hard zou moeten gaan spelen. "En als je denkt dat ik je niet van deze zaak af kan krijgen, dan moet je maar eens kijken." "Je bent melodramatisch bezig." Hij grijpt mijn pols beet en ik slaak een verraste gil. Zijn ogen branden als kolen en hij knijpt zo hard dat het pijn doet. "Ik denk dat je overdrijft, DOKTER!" Er is een kwaadaardige grijns op zijn gezicht die me doet denken aan een dier dat bedreigd wordt en even wordt ik er bang van. Ik weet niet meer of dit mijn partner is die hier staat of de klootzak die we achterna zitten. Gedurende een fractie van een seconde lijken ze dezelfde persoon. Hier ben ik zo bang voor geweest. Ik verlies hem aan die duivelse moordenaar en ik kan hem niet terugkrijgen. Deze ongevraagde openbaring maakt me alleen maar nog kwader en mijn geduld begint danig op te raken. Mijn woede wordt steeds groter. "Je bent een verdomde idioot." Ik ruk mijn arm uit zijn hand en probeer de gekwetste huid niet aan te raken. Ik gun hem het plezier niet om te zien dat hij me echt pijn gedaan heeft. "Ik ben niet van plan om hier te blijven staan en te zien hoe jij ..." "Dan doe je dat niet!" Zijn stem is ijskoud. "Ik heb geen babysitter nodig, Scully, die heb ik nog nooit nodig gehad." Hij gebaart naar de deur. "Je weet waar de deur zit." Dan draait hij me de rug toe en loopt naar het prikbord waar de foto's van de plaats van het misdrijf hangen. Hij grijpt een foto en doet alsof hij hem bestudeert. Wil hij echt dat ik ga? En als ik ga, wie zal er dan nog op hem letten? Wie zal hem tegenhouden als hij dreigt in de afgrond te storten? Niemand. Niemand zou de moeite doen. Niemand heeft ooit de moeite gedaan. Minutenlang is het angstvallig stil. Mulder hangt de foto weer op en neemt een andere van het prikbord. Hij negeert me, koppiger in zijn woede dan om het even welke driejarige dan ook. "Mulder." Ik breek de stilte. "Nog steeds hier, Scully?" Hij probeert ongeïnteresseerd te lijken, maar ik hoor de spanning. Hij is bang. Bang dat ik inderdaad weg zal gaan. Oh, Mulder ... weet je dan niet dat dat niet zo makkelijk is als het lijkt? Weggaan van hem is iets dat ik nooit kan. Ik weet dat ik het heb geprobeerd, maar ik kom steeds weer terug. Dus ben ik gestopt met proberen ... ik kan niet bij hem weg ... ik zal nooit bij hem weg kunnen ... "De enige manier waarop ik wegga is als jij met me meegaat." Ik vouw mijn armen over elkaar en wacht op zijn antwoord. Ik zet me schrap voor een nieuwe ronde in deze strijd waarin hij weigert redelijk te zijn. Hij draait zich langzaam naar me toe en zet zijn handen op zijn heupen. Zijn ogen branden in de mijne. "Dan zou ik het mezelf maar gemakkelijk maken, Scully, want dan kun je nog lang wachten." We staren elkaar aan in het kantoortje, geen van beide wil als eerste wegkijken. Waarom doet hij dit? Waarom dwingt hij zichzelf zover te gaan? Zover dat hij wellicht nooit meer terug zou kunnen? Waarom dwingt hij me hem te verraden? Mulder verbreekt het oogcontact en loopt naar zijn bureau waar hij een notitieblok van de tafel pakt en begint aantekeningen te maken. Hij gaat te ver. Hij gaat te ver voor mij. Ik sluit mijn ogen en adem langzaam uit. Hij laat me geen andere keuze. Mijn hand reikt in mijn binnenzak, bijna zonder dat ik het in de gaten heb. Mijn vingers voelen het warme plastic van de telefoon en pakken het vast. Automatisch drukken mijn vingertoppen het bekende nummer in en nog voor ik het in de gaten heb, houd ik de telefoon tegen mijn oor. Drie keer gaat de telefoon over. "Assistent Directeur Skinner, graag ..." Mijn stem is zakelijk en kalm, maar ik voel een rilling door mijn lichaam trekken. Ik heb het vertrouwen van mijn partner nog nooit eerder beschaamd en ik weet dat dit verraad me duur zal komen te staan. In antwoord op mijn gedachten draait Mulder zich om en staart me aan. Woede verspreid zich over zijn gezicht en zijn ogen worden hard en donker met een intensiteit die metaal zou kunnen snijden. In twee passen is hij bij mij en voor ik in de gaten heb wat er gebeurt grijpt hij de telefoon en verbreekt de verbinding. "Wat ben jij verdomme aan het doen?" bijt hij me toe. "Ik doe wat ik moet doen!" Ik reik uit en grijp naar de telefoon, maar hij ontwijkt me en houdt de telefoon boven zijn hoofd. In andere omstandigheden zou dit waarschijnlijk verdomde grappig zijn, maar nu word ik er alleen maar nog kwader door. "Geef me dit verdomde telefoon!" "Waarom?" Zijn ogen zijn vurig van woede. "Zodat je Skinner kunt bellen en me van deze zaak afgesmeten krijgt?" "Als dat nodig is om jou redelijk te krijgen ..." Ik kijk hem aan, maar het is moeilijk. Ik zie de blik van complete teleurstelling op zijn gezicht en ik voel dat ik het hem moet uitleggen. Ik moet hem uitleggen waarom ik deze beslissing moet nemen, een beslissing die alles wat we voor elkaar zijn in gevaar brengt. "Mulder, ik doe dit voor je eigen bestwil. Ik wil niet dat je Patterson achterna gaat ... opgesloten in een inrichting omdat hij net een ronde teveel tegen de duivel vocht ..." Zijn schouders ontspannen wat nu ik zijn voormalige mentor noem. Het geeft me wat hoop dat ik hem misschien terug krijg zonder dat ik hem in ongenade hoef te brengen. "Mag ik de telefoon terug, Mulder?" vraag ik zachtjes. Zijn hand zakt en dan reikt hij me de telefoon. Ik reik uit ... Net wanneer ik de telefoon wil pakken, slingert hij het apparaat naar de muur. Het versplintert tegen de wand en de inhoud van de telefoon vliegt door het kantoor. "Trut!" Zijn stem is giftig en het maakt me woedend. "Klootzak!" Ik voel de woede de overhand nemen. "Het enige dat ik probeer te doen is om jou tegen jezelf te beschermen, arrogante rotzak! Zie je dan niet dat het al aan het gebeuren is? Je wordt hem! Je wordt dat monster ... die moordenaar!" "En verkrachter, Scully. Dat mag je ook niet vergeten." Zijn stem is weer ijskoud. Zo ontdaan van elke emotie dat het me laat rillen. Hij zet een stap in mijn richting en ik doe een pas achteruit. Hij ziet het en glimlacht een beetje. "Ja, Scully, misschien zou je inderdaad bang moeten zijn. Per slot van rekening weten we niet hoe zeer ik dat monster al ben geworden, hè?" Ik ben bang. Zijn ogen schitteren in een wilde blik en ik voel de angst en woede rondcirkelen in mijn maag. "Ben je bang?" Hij komt steeds dichterbij, waarbij hij me steeds verder achteruit dwingt. "Ben je bang dat ik je tegen de muur zou krijgen en ik je zou verkrachten?" "Dit is niet meer leuk, Mulder," zeg ik, een waarschuwing in mijn stem. Ongelofelijk maar waar ben ik in mijn hoofd al aan het proberen hoe ik het beste bij mijn wapen kan als hij inderdaad zou besluiten zijn theorie te testen. Jezus, wat is er met ons aan de hand? "Niemand gooit me van deze zaak af," bijt hij me toe. Hij draait om en wijst naar de lichamen op de foto's. "Ik ben het aan hen verplicht om de klootzak te vinden en om hem achter slot en grendel te krijgen. Om hem weg te stoppen zodat hij nooit meer iemand kwaad kan doen." Hij kijkt me aan en ik zie het verdriet in zijn ogen. Zijn verdriet over wat die vrouwen is aangedaan is hartverscheurend. "Niemand zou zo hoeven te sterven. Niemand zou bang hoeven te zijn dat dit met een geliefde zou gebeuren." Hij wankelt en een moment ben ik bang dat hij zal instorten. Ik zet mezelf schrap, maar dan draait hij zich naar me toe en kijkt me weer aan. "Haal me niet van deze zaak af, Scully. Alsjeblieft. Ik moet ze helpen. Ik moet deze rotzak vinden." Hij laat zijn hoofd hangen en dan zie ik zijn schouders schokken. Ik ben verbijsterd als ik doorkrijg dat hij huilt. "Mulder ..." Ik ben nog steeds een beetje bang om dichtbij hem te komen. De veelvoud aan emoties die ik in hem heb gezien afgelopen dertig minuten zijn genoeg bewijs dat hij hulp nodig heeft. Hulp om dit monster uit zijn hoofd te krijgen. Ik doe een pas in zijn richting en dan nog twee totdat ik voor hem sta. Ik kan hem nu aanraken. Mijn armen raken hem aan en ik voel zijn warmte door het vuile overhemd. Dan sla ik mijn armen om zijn middel en trek hem zachtjes naar me toe. "Laat me je helpen," zeg ik zachtjes. "Niemand heeft er wat aan als jij jezelf aan een vroegtijdige dood helpt. Deze vrouwen niet en zijn potentiële slachtoffers ook niet ..." Ik voel zijn hoofd zachtjes op de mijne rusten en zijn armen die al die tijd naar beneden hadden gehangen komen om mijn middel heen. Hij trekt me naar zich toe. "Ik ben zo moe," fluistert hij. "Ik ben zo ontzettend moe." Dat is in elk geval iets dat hij wil toegeven en als ik het goed doe kan dit een uitweg zijn voor me. "Ik heb een groot bed, Mulder. Wat dacht je ervan als we dat eens gingen uitproberen?" Een hele tijd hoor ik niets anders dan zijn hart en de regelmaat van zijn ademhaling. "Wat wil je daar precies mee zeggen, Scully?" lonkt hij, maar het klinkt net zo uitgeput als de man die het zegt. Ik grinnik zachtjes, blij dat hij weer bij me terug is. Ik hoop vurig dat dit zo blijft. "Ik moest jouw kamer opgeven. Er is een conventie in de stad en het personeel had door dat de kamer niet gebruikt werd." "Oh ...", antwoordt hij. Het zou vermoeidheid kunnen zijn, maar ik weet zeker dat hij ook enigszins teleurgesteld is. "Ze hebben er een fantastische cheeseburger," zeg ik en hoop dat ik hem hiermee verder met me mee kan lokken. "Salade, mayonaise, frietjes waar je een moord voor zou doen." Zijn maag besluit het antwoord te geven door luid te gaan rommelen. Ik voel zijn lach en zijn adem speelt met de haren op mijn kruin. "Ik geloof dat mijn maag heeft beslist." Hij laat me los en kijkt me aan, zijn ogen vol berouw. "Het spijt me voor alles wat ik heb gezegd." Hij kijkt me zo schuldig aan. "Ik zou je nooit iets hebben aangedaan, Scully. Dat zweer ik." "Shhh, weet ik." Ik schaam me plotseling voor een paar minuten geleden toen ik dacht dat ik mijn pistool op hem zou moeten gebruiken. "Je hebt zoveel stress doorgemaakt. Je lichaam weet niet meer hoe het het heeft. Uitputting laat mensen dingen zeggen die ze normaal gesproken niet zouden zeggen." Ik laat mijn handen over zijn rug glijden en voel de vermoeide spieren langzaam ontspannen. Hij kijkt weg van me en ik weet dat hij naar de resten van mijn telefoon kijkt. "Geloof dat ik je een nieuwe telefoon schuldig ben ..." "Welke telefoon?" Ik kijk hem aan en glimlach. "De telefoon die ik per ongeluk vernielde toen ik hem liet vallen op het parkeerterrein?" "Dat hoef je niet ..." Ik leg mijn vinger op zijn lippen om hem te laten zwijgen. Zijn lippen zijn zacht en warm en een momentje ben ik wat in de war. "Ik blijf bij mijn verhaal, G-man." Misschien ligt het alleen maar aan mij maar ik durf te zweren dat ik zijn lippen mijn vingertoppen voel kussen. Ik moet moeite doen om niet te rillen. Dit wordt een vreemde nacht. Want hij mag dan een excuus hebben voor zijn vreemde gedrag, ik heb dat bepaald niet. Ik lach naar hem en ben blij dat hij weer bijna zichzelf is. Dat hij het zichzelf toestaat een moment rust te nemen in deze zaak. "Laten we gaan, Mulder." Ik verlaat onze omhelzing en loop naar de deur. Ik doe hem wijd open en gebaar dat hij voor mag gaan. "Na u, G-man." Mulder knikt en pakt vermoeid zijn jasje van een stoel. Zonder om te kijken loopt hij me voorbij, het kantoor uit. Een zucht van opluchting ontsnapt me. Weer heb ik hem kunnen terughalen voordat de duisternis hem had opgeslokt. Ik kijk om en zie de gruwelijke foto's op het prikbord. Zonder dat ik het wil vraag ik me weer af of ik ook de volgende keer zoveel geluk zal hebben. EIND 5133 woorden Kirsten Kerkhof e-mail: kirsten_xf@yahoo.com